voordracht Microtonale muziek 25-4-2004

door: Hans ten Velden

  * [inleiding]
Geachte toehoorders, zo straks gaat U luisteren naar pianomuziek, welke uitgevoerd zal worden door pianist Maarten van Veen.

Het bijzondere en tevens unieke van dit concert is, dat gebruik wordt gemaakt van een ‘microtoon-piano’. Al in 1927 werd dit instrument bedacht en ontworpen door de virtuoze Mexicaanse violist Juliàn Carrillo, maar werd pas in 1958 door de Duitse pianofabrikant Carl Sauter gebouwd.   Vanwege het unieke karakter van dit concert meende ik er goed aan te doen U een korte inleiding te geven : - om uw luisterplezier voor straks te vergroten, zal ik U allereerst iets vertellen over het begrip ‘microtonale  muziek’. - tevens zie ik mij genoodzaakt U één en ànder over ‘de geestesvader’ van dit instrument te vertellen, maar straks zult U wel begrijpen waarom.

* [microtonale muziek]  In het begrip ‘microtonale muziek’ zijn diverse soorten muziek besloten, die allen gebruik maken van toonsystemen, welke anders zijn dan in de westerse muziek gebruikelijk is.   Westerse muziek is gebaseerd op het twaalftoonsysteem, waarbij het octaaf onderverdeeld is in stapjes van 12 halve tonen, zoals U - pianotechnici - naar ik veronderstel waarschijnlijk wel zult weten … Bij een microtonaal toonsysteem moeten heel wat meer stapjes worden afgelegd om een octaaf te vullen. Dit betekent uiteraard, dat de afstand tussen de tonen onderling kleiner is dan in ons westerse twaalftoonsysteem.  Zo’n kleiner stapje wordt microtoon of micro-interval genoemd. Een microtonaal toonsysteem bestaat dus uit intervallen, die kleiner zijn dan een halve toon òf er geen veelvoud van zijn; ze vallen als het ware “ergens tussen de pianotoetsen in…   een microtonaal toonsysteem kàn dus ook uit minder dan 12 tonen bestaan ! Microtonale muziek mag beslist niet bestempeld worden als een bepaalde stijl of stroming in de muziek! Het is een fenomeen, een basis-idee om gebruik te maken van nieuwe toonhoogte-verhoudingen; …in feite vormen microtonen slechts het materiaal waarmee de componist werkt. Microtoonsystemen bieden componisten veel meer mogelijkheden dan het twaalftoonsysteem biedt : toonhoogten, intervallen en akkoorden kunnen verfijnder genuanceerd worden en daardoor een verfrissend element zijn; maar ook bepaalde traditionele intervallen kunnen veel zuiverder gerealiseerd worden in sommige microtoonsystemen, die daarom ook wel reine stemmingen of zuivere intonaties genoemd worden. Vooral veel niet-westerse muziek is microtonaal, zoals : -         volksmuziek uit Midden- en Oost-Europa -         Byzantijns-liturgische muziek -         gamelan-muziek uit Indonesië -         xylofoon-muziek ui Afrika -         klassieke muziek uit India, Turkije, Arabië en Perzië -         enz.   Ook in onze ‘westerse klassieke muziek’ komen microtonen voor, denk bijvoorbeeld maar eens aan subtiele versieringen door zangers, of minieme intonatie-aanpassingen door strijkers, of aan vibrato of glissando  De oudst bekende microtonale muziek dateert uit de Griekse tijd, alhoewel van die muziek vrijwel niets bewaard is gebleven. Veel later, in de 16e eeuw,  probeerden enkele vooral theoretisch geïnteresseerde componisten het Griekse ‘enharmonisch tetrachord’ weer nieuw leven in te blazen, en schreven daarmee de eerste microtonale muziek. Verreweg de meeste microtonale muziek dateert van na 1920.

*[overgang] Het simpele idee om nieuwe toonhoogte-verhoudingen te gebruiken kwam herhaaldelijk voor bij musici sinds het begin van de 20e eeuw. Componisten als Béla Bartók, Arnold Schoenberg, Alban Berg, Anton Webern, Ferrucio Busoni en Charles Ives speelden allen met het idee om microtonale muziek te schrijven. Sommige van hen – Bartók, Berg en Ives – experimenteerden al met korte kwarttoon-fragmenten in hun muziek of met andersgestemde instrumenten.   Desalniettemin waren het vooral drie getalenteerde pioniers in de vroege 20e eeuw die van grote invloed zijn geweest op de microtonale muziek, namelijk : -         Ivan Wyschnegradsky (1893-1979) uit Rusland -         Aloïs Haba (1893-1973) uit Moravië en  natuurlijk -        Juliàn Carrillo (1875-1965) uit Mexico, een markant figuur, over wie ik nu wat meer zal gaan vertellen.
     
*[Juliàn Carrillo] De nominatie van Juliàn Carrillo voor de Nobel-prijs voor Fysica in 1950, kwam als een verrassing voor het wetenschappelijk genootschap. Carrillo stond toch vooral bekend als één van Mexico’s top-violisten en als de componist, die het microtonale muziek-systeem “Sonido 13” had uitgevonden !       Juliàn Carrillo werd op 28 januari 1875 in een klein dorpje in Noord-Mexico geboren. Hij was het 19e kind in een arm gezin. Zijn vader, een indiaanse boer, had al zijn bezittingen in de oorlog verloren en overleed toen Carrillo nog maar 3 jaar oud was. Zijn eerste levensjaren bracht Carrillo in grote armoe door, totdat een musicus uit een naburig gelegen dorp voorbij kwam, die op zoek was naar een gids voor een blind moedertje en Carrillo vervolgens bij hem in huis nam.   En zo komt Carrillo in aanraking met de wereld van de muziek en laat al spoedig blijken, over bijzonder muzikale gaven te bezitten.  Rond zijn 10e jaar leerde hij eerst zichzelf viool spelen en later studeerde hij viool, akoestiek en compositie aan het Nationaal Conservatorium in Mexico-City.  

In 1895, naar aanleiding van een les ‘akoestiek’ aan datzelfde Conservatorium, begint Carrillo, gefascineerd door de akoestische wetten over ‘snaarverdeling’, hiermee op zijn viool te experimenteren.  Als de dikte van zijn vinger hem verhindert verder te komen op de treden van de boventoon-ladder,  maakt hij gebruik van zijn mes om uiteindelijk te ontdekken, dat het menselijk gehoor in staat is tot 1/16e toon te onderscheiden !
In 1914 breekt de Mexicaanse revolutie uit en vlucht Carrillo naar New York. Carrillo noemde zijn theorie “Sonido trece” (de 13e toon), omdat hij de 1e toonhoogte buiten het traditionele 12-toonsysteem zogenaamd had “ontdekt”.
Tijdens zijn verblijf in Amerika werkt hij aan zijn “13e toon”-theorie en in 1917, als de Mexicaanse revolutie in volle gang is, lanceert hij zijn eigen muzikale revolutie: Sonido trece ! “Elke trilling is een muzikale toon”, zo stelt hij, “waarbij men rijkelijk kan putten uit het gebied van de 20.000 trillingen, die het menselijk gehoor waarneemt.  Waarom zouden we ons beperken tot een octaafverdeling in 12 tonen? Als men dat interval als uitgangspunt wil behouden, laten we het dan in 18, 24, 30…  96 stukjes verdelen, die ons respectievelijk 1/3e, 1/4e, 1/5e… 1/16e toon geven.”

In 1918 keert Carrillo terug naar Mexico en vanaf 1920 begint hij ‘Sonido 13’ te populariseren als de volgende stap in de evolutie van de muziek, gebruik makend van microtonen.         Carrillo aarzelde geen moment om problemen aan te pakken betreffende de bouw van muziekinstrumenten of muzieknotatie, en ziet zich tevens gedwongen voor zijn studenten een nieuwe solfège-methode te ontwikkelen om zijn concerten te kunnen realiseren. Het eerste grote ‘Sonido-13’ concert vindt plaats in 1925, waarbij o.a. het muziekstuk “Preludio a Colon” wordt uitgevoerd, een stuk voor viool, fluit,  zang in kwart-toon  en harp in 1/16e toon, die hij notabene zelf geconstrueerd had.   Kort daarop volgen andere harpen, in 1/3e en 1/5e toon. Vervolgens introduceert hij extra ventielen voor trompet en hoorn om kwarttonen te verkrijgen en ten slotte begint hij zich voor de piano te interesseren. In 1927 ontwierp Carrillo plannen voor 15 piano’s, van 1/3e tot en met 1/16e toon, met voor ieder een eigen mensuur en speciaal raamwerk, maar allemaal met hetzelfde, gewone piano-klavier.  Carrillo ging er van uit dat het klavier gemaakt was voor de handen en meende dat het makkelijker was om de interactie tussen oog en oor aan te passen, dan om de handen aan een andere indeling van het klavier te laten wennen. In feite introduceerde Carrillo hiermee een uiteenvallen van de relatie tussen toets, notatie en klank, welke tot dan toe altijd een onverbrekelijke eenheid was. Dit is een essentiële bijdrage geweest voor de evolutie van microtonale muziek !   In 1930 richtte Carrillo het “Sonido-13 Symfonie Orkest” op, waarin alle instrumenten microtonen konden spelen. Het duurde tot 1949 voor de eerste 1/3e-toonspiano werd gebouwd, door firma Buschmann in Mexico.   De eerste concerten die Carrillo’s dochter Dolores met dit instrument in Parijs gaf, oogstten veel succes. Uiteindelijk accepteerde de Duitse pianofabrikant Carl Sauter in 1957 om de productie van de serie piano’s op zich te nemen. Deze werden het jaar daarop geëxposeerd tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel, waarbij Sauter prompt een Gouden Medaille won. Op dringend verzoek heeft Sauter begin 90’er jaren besloten wederom een kleine serie microtoon-piano’s van 1/16e toon in productie te nemen, waarvan er een aantal verkocht zijn aan verschillende Europese conservatoria en andere instituten.   Rond 1960 dirigeerde Carrillo, inmiddels 85 jaar oud,  zelf nog de opnamen in Frankrijk van bijna al zijn muziek, met medewerking van vele belangrijke Franse musici. Hij overleed in Mexico-City op 9 september 1965 als een geëerd componist.   Tijdens zijn leven ontving Juliàn Carrillo vele eerbewijzen en medailles, waaronder het Legioen van Eer uit Frankrijk en het Grote Kruis van Verdienste uit Duitsland. En in Mexico zijn straten en pleinen naar hem vernoemd… …maar misschien de meest verrassende nominatie die hij ooit ontving was wel voor de Nobel-prijs voor Fysica in 1950. Carrillo had namelijk aan de Universiteit van New York proeven gedaan in 1947, waarmee hij kon aantonen dat de algemeen aanvaarde “knoop-wet” - de akoestische wet van knopen en buiken - herzien moest worden. Hij heeft de Nobel-prijs weliswaar uiteindelijk niet gekregen, maar zijn “Sonido-13” theorie is misschien wel de grootste en verrassendste muzikale revolutie sinds de Griekse musicus Terpander zo’n 26 eeuwen geleden twee noten toevoegde aan het Chinese pentatonisch toonstelsel !

Adres artikel van de website www.vvpn.nl:
http://www.vvpn.nl/content/view/83/51/

© VvPN Vereniging voor Pianotechnici Nederland , 2010
© Alle rechten voorbehouden!